About

418118_10150670738403704_269286928_n

Whatspace is a roaming independent platform for contemporary art and cultural debate founded in 2008. Whatspace tries to find inherent inducements presented in ideas and work in order to create and give guidance to an engaged discourse that reaches further then the art world alone.

Koen Delaere
Bas van den Hurk

 

Whatspace: een netwerkcollectief

door Maaike Lauwaert

De Nederlandse kunstenaars Koen Delaere en Bas van den Hurk hebben met Whatspace een organisatie opgezet die een verlengstuk is van hun eigen, individuele kunstpraktijk, maar tegelijkertijd gekenmerkt wordt door nauwe samenwerking. Het gebeurt niet vaak dat een kunstenaarspraktijk zo naadloos opgaat in een organisatie, zonder daarbij haar eigen identiteit te verliezen.

Het is lastig om een precieze definitie te geven van wat voor organisatie Whatspace is. Het is geen kunstenaarsinitiatief en het is meer dan een collectief. Het lijkt erop dat ze een bruikbare definitie van hun organisatiestructuur hebben gevonden in The Artist as Producer in Times of Crisis, een tekst van kunsthistoricus en curator Okwui Enwezor die beschrijft hoe, in tijden van crisis, collectieve werkvormen belangrijker worden dan individueel auteurschap: ‘collectives tend to emerge during periods of crisis; in moments of social upheaval and political uncertainty within society.’ Vervolgens duidt Enwezor het verschil tussen collectieven waarin het individu als het ware verdwijnt, en tijdelijke netwerkcollectieven die voornamelijk tot stand komen door projecten. Dat is hoe Whatspace de afgelopen vijf jaar is gegroeid: flexibel, tijdelijk en projectmatig, maar met een sterke kern en een groeiend netwerk van toegewijde deelnemers.

Voordat Whatspace in 2008 werd opgericht hadden Delaere en Van den Hurk al een lange, individuele geschiedenis van het organiseren van evenementen, het horen bij clubs, het drukken van fanzines en samenwerken in collectieven. Het uitgangspunt voor Whatspace was hun aanname dat een willekeurige ruimte, plus kunst, plus bier, al het begin van ‘iets’ zou betekenen. Vanaf het begin waren de regels helder: geen urenlange vergaderingen en geen institutionalisering. Whatspace staat voor kunstenaars die met andere kunstenaars of andersoortige partijen samenwerken, op gelijke voet. Van binnen naar buiten, niet andersom.

Vanaf het begin weerstond Whatspace het vormen van een organisatie met een vaste ruimte die koste wat kost zou moeten worden gevuld. Zonder een vaste ruimte, bedrijfskosten, conciërges of sleutelbeleid zou de organisatie zich kunnen richten op kunst en kunstenaars. Daarnaast betekende het niet hebben van een vaste ruimte dat samenwerking altijd nodig zou zijn precies waar Whatspace voor stond. Delaere en Van den Hurk zijn kunstenaars, deelnemers, organisatoren en fondsenwervers ineen. Projecten komen enerzijds op eigen initiatief tot stand, of door verzoeken van anderen. De afgelopen drie jaar werden gekenmerkt door meer inhoudelijke focus, meer concentratie op Whatspace, meer bewustzijn van hun verantwoordelijkheden en de behoefte om zorg te dragen voor het werk dat wordt verzet. Tijdens deze ontwikkeling kwamen bepaalde kwesties aan de oppervlakte die later de belangrijkste elementen werden voor hun denkwijze en programmering. Deze kwesties raken aan productie, auteurschap, presentatie en distributie: het hoe en het waarom van artistieke productie. Hoe produceer je werk? Hoe kun je het beste samenwerken? Wat is de rol en functie van auteurschap? In plaats van hierover te denken en te praten, kiest Whatspace voor een praktische benadering: leren door doen.

Whatspace heeft de werkvormen uit de eerste jaren achter zich gelaten. De verscheidenheid aan projecten is echter nog steeds groot, gaande van museale, white cube-achtige tentoonstellingen tot meer vage, ruwe eendagsprojecten op plekken die oorspronkelijk niet bedoeld zijn om kunstwerken te huisvesten. Ze werken samen met gevestigde instanties zoals musea, maar ook met non-spaces, waar ze eigenlijk de voorkeur aan geven. Hoewel de kans dat het daarbij misgaat bijna 100% is, zijn zulke samenwerkingen leerzamer en bieden tevens een maximale ruimte voor experiment.

Terwijl veel kunstenaars en instituten door de cultuurbezuinigingen in moeilijkheden zijn geraakt, heeft de werkvorm van Whatspace bewezen dat deze duurzaam is, en dat ook in de toekomst zal blijven. Whatspace is flexibel, zonder vaste locatie en de inkomsten komen ten goede aan de kunstenaars. Het push-and-pull-effect van beleidsmakers, fondsen en overheden heeft een veel geringer effect op hun dagelijkse praktijk en programma dan op zwaar gesubsidieerde en geïnstitutionaliseerde kunstinstellingen.

Whatspace werkt als een netwerkcollectief, en ‘beantwoordt’ de oproep van curator en schrijver Anthony Huberman. In diens tekst Take Care pleit hij voor een houding onder kleine instellingen en curatoren die gebaseerd is op zorg dragen, dialoog en wederkerigheid. Het kost tijd en aandacht om ergens zorg voor te dragen. Whatspace heeft zich daar het afgelopen jaar bewust mee beziggehouden. Ze voelden de behoefte om meer tijd te besteden aan een enkel project, zich met een bepaalde theoretische of filosofische tekst uiteen te zetten, een bepaalde interesse verder uit te diepen. In een kunstwereld die is geobsedeerd door kennis, macht en schaal is er, aldus Huberman, moed voor nodig om onaangepast te zijn, en niet toe te geven aan de verlokkingen van het institutionele.

gepubliceerd in Tubelight #91, 16.05.14